IT & Recht, 1996/2, p. 3

Dit artikel mag niet worden verspreid of vermenigvuldigd zonder toestemming van de auteur. Het uitprinten van één copie voor persoonlijk gebruik is toegestaan. Citeren met bronvermelding.

Cryptobeleid: samen op weg?

© Bert-Jaap Koops, maart 1996

Voor het eerst hebben het bedrijfsleven en de overheid in internationaal verband echt overleg gevoerd over de crypto-problematiek. Waar tot nu toe twee kampen lijnrecht tegenover elkaar stonden, lijkt in Parijs een eerste stap te zijn gezet op weg naar een gezamenlijke oplossing. Maar die kan nog ver weg zijn.

Op 19 en 20 december 1995 kwamen afgevaardigden van het bedrijfsleven en de overheid uit Europa, Canada, Verenigde Staten en Japan bijeen bij de Internationale Kamer van Koophandel te Parijs. Op de agenda stond het uitzetten van een gezamenlijk, internationaal beleid over cryptografie. De huidige situatie leidt namelijk tot veel onwil, zowel bij het bedrijfsleven als bij overheden. Bedrijven voelen zich belemmerd door exportverboden en een gebrek aan standaardisatie van cryptografische apparatuur, waardoor ze hun informatiestromen onvoldoende kunnen beveiligen. Overheden zien de ontwikkeling van sterke cryptografie met lede ogen aan, bang dat misdadigers het gebruiken om opsporing te voorkomen.

Ruimte voor discussie is er tot nu toe zelden geweest. Het bedrijfsleven vond de belemmerde opsporing een probleem dat de overheid zelf maar moest oplossen, terwijl de overheid weinig begrip toonde voor het economische belang van cryptografie. In Parijs heerste een andere stemming. Men was ervan doordrongen dat het ontwikkelen van een internationaal beleid dringende noodzaak is. Het bedrijfsleven toonde (enigszins) begrip voor de opsporingsproblemen, terwijl de overheden toegaven dat het gebruik van cryptografie in veel gevallen noodzakelijk is. Beide partijen benadrukten dat er een "balans" moet worden gevonden een neutrale term die iedereen op zijn eigen manier kan invullen.

sleuteldeponering

De partijen kijken, heel voorzichtig, in de richting van sleuteldeponering bij onafhankelijke partijen. Bedrijven kunnen dan toch voldoende sterke cryptografie gebruiken, terwijl justitie in voorkomende gevallen de sleutel kan opvragen. Het bedrijfsleven eist wel dat dit depot met de grootste zorg is omkleed en dat justitie alleen in een zeer beperkt aantal gevallen de sleutel kan krijgen (met een rechterlijke machtiging en als er echt geen andere middelen zijn om een strafzaak rond te krijgen).

Het grote voordeel van een internationaal cryptobeleid is dat er voldoende draagvlak ontstaat voor het invoeren van cryptografische standaarden die voldoende sterk zijn voor bedrijfsdoeleinden. Exportverboden zouden kunnen worden opgeheven (behoudens export naar landen die onder een VN-boycot vallen) en de gebruikte systemen zouden wereldwijd compatibel zijn. Zo snel zal het echter niet lopen.

Hoewel op de bijeenkomst voor het eerst enige toenadering tussen bedrijven en overheden te bespeuren viel, blijven er problemen. Zo verschillen de overheden onderling van mening; Frankrijk, waar cryptografie strikt gereguleerd is, en Duitsland hebben bijvoorbeeld niets gezegd op de conferentie, terwijl Groot Brittannië zich uitsprak voor sleuteldepot. Verder zullen nog heel wat knopen moeten worden doorgehakt over de randvoorwaarden van een eventueel in te voeren sleuteldepotsysteem.

aansprakelijk

Zijn de onafhankelijke partijen die de sleutels beheren alleen verplicht in voorkomende gevallen de sleutel te geven aan de nationale overheid, of moeten ze ook gehoor geven aan aanvragen van buitenlandse overheden? Dit lijkt een knelpunt, gezien de recente wederzijdse beschuldigingen van Frankrijk en de Verenigde Staten dat hun inlichtingendiensten bedrijfsspionage plegen. En Shell versleutelt informatie soms juist om het geheim te houden voor buitenlandse overheden. Een internationaal "sleuteluitleveringsverdrag" zal er dus niet snel komen.

Wie is aansprakelijk als een sleutel uitlekt en daardoor grote schade ontstaat? Is dat de instantie die de sleutels beheert of de crypto-gebruiker of zelfs de ontwikkelaar van het crypto-produkt? Gezien de enorme bedragen die gemoeid zijn met het elektronisch betalingsverkeer, zouden schadeclaims wel eens de draagkracht van de beheerinstanties te boven kunnen gaan.

Vooral de aansprakelijkheid voor het sleutelbeheer zal nog veel discussie opleveren. Het is een belangrijk onderwerp op de volgende bijeenkomst van de deelnemers, die in het voorjaar van 1996 plaatsvindt. Dan zal misschien ook blijken of het bedrijfsleven en de overheid echt een zinvolle samenwerking durven aan te gaan om tot een internationaal cryptobeleid te komen. Het belang van een gezamenlijke oplossing is groot maar dat is het eigenbelang van beide partijen ook. Wie durft er concessies te doen?

Bert-Jaap Koops is assistent in opleiding aan de Katholieke Universiteit Brabant en de Technische Universiteit Eindhoven.

E-mail: E.J.Koops@kub.nl

WWW: http://cwis.kub.nl/~frw/people/koops/ bertjaap.htm


Andere online publicaties van Bert-Jaap Koops.