Als je aan de apotheek zegt dat je stopt met de pil, krijg je na negen maanden een aanbieding voor geweldige luiers in de bus. Koop je regelmatig wat bij de juwelier, dan wil de fiscus weten waar je dat geld vandaan haalt. En als je Airmiles spaart, krijg je iemand op de stoep met een wandkleed dat precies in je interieur past. Is dat de informatiemaatschappij waarin we willen leven? De Registratiekamer vindt van niet.
De Nederlandse privacy-waakhond bepleit een cultuuromslag. Het bedrijfsleven moet niet
uitgaan van het verzamelen van zoveel mogelijk persoonlijke gegevens maar van de bescherming
van de persoonlijke levenssfeer. De consument heeft recht op privacy. Hij eist dat niet teveel
gegevens over hem rondslingeren en hij zal daar zijn koopgedrag op afstemmen, verwacht de
Registratiekamer. Het onlangs verschenen rapport "Privacy-enhancing Technologies" vertelt hoe
nieuwe technologie de privacy adequaat kan beschermen.
Het blijkt dat het bedrijfsleven, waaronder IT-producenten en -aanbieders, nauwelijks oog heeft voor bescherming van persoonsgegevens, aldus het rapport van de Registratiekamer, dat in samenwerking met collega's uit Ontario (Canada) tot stand kwam. Veel bedrijven blijken wel oog te hebben voor de beveiliging van gegevens (met name integriteit en authenticiteit), maar als het gaat om het afschermen van de identiteit van gebruikers geven de meeste niet thuis.
Voor de meeste toepassingen is het helemaal niet nodig om de identiteit (naam, adres, functie)
van gebruikers te kennen. Meestal volstaat een pseudo-identiteit net zo goed: de gebruiker krijgt
voor elke specifieke toepassing een pseudoniem, bijvoorbeeld een bepaald nummer dat niet
herleidbaar is tot de persoon zelf. Daarmee kan een IT-systeem net zo goed checken of iemand
recht heeft op een bepaalde dienst. Alleen voor het autoriseren (het invoeren van iemands rechten
in een systeem) en voor het afrekenen (het betalen van de dienst) moet de dienstaanbieder de
identiteit van de gebruiker kennen. Een belangrijk deel van het proces van IT-gebruik kan dus
afgeschermd worden tegen onnodig gebruik van persoonsgegevens.
Een ander voorbeeld uit het rapport is rekeningrijden. Dat kan via betaling achteraf en via
betaling vooraf. Bij betaling achteraf moet een tolsysteem registreren wie waar gereden heeft en
vervolgens de rekening sturen naar de eigenaar van het kenteken. Daarbij is weinig bescherming
mogelijk: het systeem slaat precies op waar je wanneer gereden hebt. Bij betaling vooraf kun je
wel, zoals nu, anoniem blijven rijden. Je zet (anoniem) bij een pompstation digitaal geld op een
chipkaart, die je in een apparaatje op de voorruit stopt dat kan communiceren met een
tolapparaat. Het tolapparaat schrijft bij een tolgrens automatisch een bedrag af van de chipkaart.
Je zou zo'n chipkaart voor meer dingen kunnen gebruiken, bijvoorbeeld als chipknip of als
digitaal rijbewijs, maar daarbij moet worden voorkomen dat de combinatie van toepassingen
weer extra persoonsgegevens kan opleveren. Op de chipkaart valt dat te scheiden door aan elke
toepassing een andere pseudo-identiteit te koppelen en de toegang tot elke pseudo-identiteit af te
schermen.
Het probleem is dat er in de praktijk nauwelijks aandacht is voor privacybescherming. De
Registratiekamer ziet het dan ook als grootste uitdaging het bedrijfsleven zover te krijgen dat ze
al bij het ontwerpen en in gebruik nemen van IT-produkten rekening houden met de privacy van
de gebruikers. Daarvoor is een heuse cultuuromslag nodig en die zal niet makkelijk zijn. Maar
het rapport is optimistisch. Consumenten zullen kritischer worden over de opslag van
persoonsgegevens. Ze zullen eisen dat IT-diensten en -produkten zoveel mogelijk anoniem zijn.
Het is aan het bedrijfsleven om daarop in te spelen. Dan hoef je tenminste geen luiers te gaan
gebruiken als je toevallig overstapt van de pil op condooms.
Bert-Jaap Koops is onderzoeker in Tilburg en Eindhoven.
E-mail: E.J.Koops@kub.nl
WWW: http://cwis.kub.nl/~frw/people/koops/ bertjaap.htm