Bert-Jaap Koops homepage -
publications
verschenen in Computerrecht
1998/5, pp. 211-213
Dit artikel mag niet worden verspreid of vermenigvuldigd
zonder toestemming van de auteur. Het afdrukken van één
copie voor persoonlijk gebruik is toegestaan. Citeren met bronvermelding.
TTP-dossier
inhoud | rol | nut | zwartepiet | risico | belgië | definitie
Zijn TTP's nuttig?
© Pieter Kleve, (1) oktober 1998
In het vorige artikel in dit dossier werd nader ingegaan op de dienstverlening van
TTP's en
de daarmee samenhangende juridische aspecten, op de vraag derhalve welke rol
TTP's
kunnen vervullen in het elektronisch handelsverkeer. De vraag of TTP's ook
daadwerkelijk
een rol zullen gaan vervullen is afhankelijk van het nut van die dienstverlening. Aan de
vraag of de dienstverlening van TTP's nuttig is, wordt in dit artikel aandacht
geschonken.
Te vertrouwen derden
Als het waar is dat we elkaar in het elektronisch handelsverkeer ineens zo weinig schijnen te
vertrouwen dat we een beroep moeten doen op een te vertrouwen derde, kan men zich afvragen
of er dan sowieso wel een basis voor een overeenkomst aanwezig is, én waarom die
derde
eigenlijk wél te vertrouwen zou zijn. De term 'Trusted Third Party', is een suggestieve, en
daardoor misleidende, term. De indruk wordt gewekt, dat elektronische handel met behulp van
zo'n 'te vertrouwen derde' wel goed zit, en dat die derde zelf te vertrouwen zou zijn. Welnu, om
met dat laatste te beginnen, dat is hij niet. Mocht namelijk uw transactie, ondanks alle goede
zorgen van de TTP, toch fout lopen, dan krijgt u van de TTP niet uw schade vergoed. Dat roept
onmiddellijk de vraag op: "Waarin handelen ze dan?". Er wordt wel gesteld dat TTP's
'vertrouwen garanderen'. Ook dit echter is niet waar. TTP's garanderen niet, en onder vertrouwen
mag men slechts verstaan dat TTP's trachten de betrouwbaarheid van de elektronische
communicatie te bevorderen en/of bij te dragen tot de vaststelling van de identiteit van de
deelnemers aan die communicatie. En dat brengt ons bij de hoofdvraag van dit artikel: "Is
dát nou
nuttig?".
Betrouwbaarheid van de berichten
Het verschijnsel TTP speelt in op twee veronderstellingen, namelijk dat elektronische handel met
zich mee zal brengen dat vaker met onbekende partners zal worden gehandeld en dat elektronisch
berichtenverkeer gevoelig is voor manipulatie. Een derde veronderstelling, dat onder invloed van
het Internet de globalisering van het handelsverkeer zal toenemen, hangt hiermee wel samen,
doch wordt meestal niet uitdrukkelijk in verband gebracht met de dienstverlening van TTP's.
Teneinde inzicht te verkrijgen in het nut van TTP's, zullen we elektronische handel
'ecommerce' moeten afzetten tegen , ja, tegen wat eigenlijk? 'Papieren
handel'? 'Digitale handel'
tegenover 'analoge handel'? Waarin zitten nu de verschillen? De handel is niet
elektronisch, maar
de communicatie daarover.(2) In plaats van een
telefoontje, of een brief, sturen we tegenwoordig
een email. Waarom zouden we nu ineens een probleem krijgen met de identiteit van de kopende
of verkopende partij? Doorgaans zal de identiteit juist minder een probleem zijn, omdat de
afzender het emailadres bekend maakt. Misverstanden zoals bij telefonische bestellingen zijn
daardoor in principe uitgesloten. Is het dan wellicht zo, dat de boodschap onjuist kan aankomen?
Wel, dat kan ook met papier, of met de telefoon. Maar wat is nu de kans dat een boodschap
onjuist aankomt? Als we gebruik maken van versleuteltechnieken, die boodschappen 'inpakken'
vóór verzending en weer 'uitpakken' ná verzending, is die kans klein, in
ieder geval aanmerkelijk
kleiner dan in het geval van traditionele berichtenverzending. En dan bewijs en bewaring
tenslotte. In hoeverre is dat nu verschillend met ons telefoongesprek, of met de mondelinge
reservering in de winkel? Het voordeel is wel dat we nu tenminste nog een bericht hebben, dat
we gemakkelijk kunnen bewaren en gemakkelijk kunnen terugvinden (zelfs jaren later). En
indien er gebruik wordt gemaakt van bepaalde (asymmetrische) versleuteltechnieken, dan is de
bewijskracht van het bericht in niet-ontsleutelde vorm hoog, om niet te zeggen vergelijkbaar met
die van een akte. En voor dit alles is geen TTP nodig. De deelnemers kunnen dit eenvoudig zelf
verzorgen, met behulp van vrij verkrijgbare standaardsoftware.
Betrouwbaarheid van de wederpartij
Door gebruik te maken van cryptografie kan dus worden voorkomen dat koper of verkoper de
integriteit van de berichten in twijfel trekt. Zijn er dan misschien andersoortige problemen,
bijvoorbeeld met betrekking tot de integriteit van de wederpartij? Doet de verkoper zich voor als
een bona fide onderneming, maar is hij in feite een oplichter? En is de koper wel kredietwaardig?
Anders dan de situatie in de vorige alinea, waar we met betrouwbare partners te maken te
hebben, vormen situaties als deze het echte probleem. En dat is dus niet de betrouwbaarheid van
de elektronische communicatie, maar de betrouwbaarheid van de handelspartner. En dat is een
probleem waar de dienstverlening van TTP's zoals deze doorgaans wordt belicht, niet aan
tegemoet kan komen en dat een TTP niet gauw tot het zijne zal maken. Gelukkig hoeft dat ook
niet. Het risico in het ootje te worden genomen, is in de praktijk minder groot dan in theorie. Een
oplichter/verkopende partij heeft er belang bij dat er wordt vooruitbetaald; een oplichter/kopende
partij heeft er juist belang bij dat er op rekening wordt geleverd. Het ligt dan ook voor de hand
dat transacties tussen partners die niet eerder zaken met elkaar hebben gedaan, onder rembours
plaatsvinden. In feite wordt het probleem teruggebracht tot niet meer dan een logistiek financieel
probleem. En als daarin een rol voor een intermediair is weggelegd, dan zal dat moeten zijn dat
deze, onder voorwaarden, bevoegd is tot het terugboeken van geldstromen.
Maar wat nu, indien de ontvanger beweert dat hij het bericht in het geheel niet heeft
ontvangen?
Het is maar zeer de vraag welk belang een verkopende partij daarbij zou hebben, maar niet
ondenkbaar is dat hij een hoger bod heeft ontvangen en van de eerdere verkoop af wil. Met het
oog op dit soort situaties is het raadzaam de ontvangst van het bericht te laten bevestigen.(3)Wordt
de bestelling niet bevestigd, dan is er geen geldige overeenkomst tot stand gekomen. Ook deze
procedure is echter al geldende praktijk. In veel algemene voorwaarden wordt gesteld dat
opdrachten eerst bindend zijn nadat zij door de verkopende partij (schriftelijk) zijn bevestigd.
Een spiegelsituatie komen we tegen in het geval de afzender ontkent dat hij het was die het
bericht heeft verzonden. Een kopende partij kan daar belang bij hebben, bijvoorbeeld indien hij
een voordeliger aanbod heeft gevonden. Ook deze problematiek lijkt dezelfde als in de sfeer van
telefonische boekingen. Echter, de juridische positie van de verkoper kan hier aanmerkelijk
sterker zijn, afhankelijk van de vraag wie het risico van misbruik van het identificatiemiddel
behoort te dragen.(4)
Uitwisseling van identificatiecodes
Het probleem van misbruik van identificatiemiddelen legt in beginsel een zwaar accent op de
toepassing van beveiligingsmaatregelen van zowel organisatorische aard als van technische aard.
We moeten daarbij wel bedenken dat elektronische handel niet anders is dan elektronische
communicatie. Het is natuurlijk niet zo dat de berichtenuitwisseling, vanwege de elektronische
vorm, nieuwe behoeften creëert. Elektronische communicatie zal in de plaats treden van
bestaande communicatiepatronen als daarmee voordeel is te behalen, dus met name in de plaats
van schriftelijke en in mindere mate telefonische communicatie. Vanuit deze
optiek is een
zekere nuancering ten aanzien van de te verwachten ontwikkeling van 'elektronische handel' op
zijn plaats. In de consumentenmarkt is het belang van telecommunicatie relatief geringer dan in
de zakelijke markt. De positie van de verkopende partij evenwel blijkt onder invloed van
ecommerce te verbeteren vergeleken met de situatie van telefonische bestellingen en bovendien
heeft men ervaring met levering aan onbekende afnemers. In de zakelijke markt bestaan veelal
reeds procedures waarin berichtenverkeer over en weer wordt bevestigd en wordt minder snel
met (volledig) onbekende partners in zee gegaan. Op grond van het speltheoretische 'prisoner's
dilemma' kan voorts worden voorspeld dat bedriegen niet voor de hand ligt in situaties waarin
sprake is van 'repeat play'. Een andere drempel tegen bedriegen is dat transacties toch altijd
sporen nalaten, ook indien zij via het Internet zijn overeengekomen. Hier wordt niet alleen
gedoeld op het elektronisch spoor van de het Internet communicatie. Ook de goederen worden
ergens afgeleverd; geld wordt naar een bankrekening overgemaakt.
We zien dat de vraag of iemand wel is voor wie hij zich uitgeeft, eigenlijk opgaat in de vraag
naar diens kredietwaardigheid. In een zakelijke, competitieve markt komt het bovendien
praktisch niet voor dat een relatie wordt aangegaan zonder voorafgaand persoonlijk contact. In de
uitwisseling van dat contact kan ook de uitwisseling van de identificatiecodes worden
overeengekomen. Daarvoor is geen instantie nodig die de echtheid van het identificatiemiddel
bevestigt.
Globalisering
Nu voor het wegnemen van het veronderstelde manipulatiegevoelige karakter van elektronische
berichten geen TTP noodzakelijk blijkt, en de dienstverlening van TTP's zich vooralsnog niet
lijkt uit te strekken tot informatie of garanties ten aanzien van de betrouwbaarheid van
onbekende handelspartners, komt de vraag naar boven of TTP's een rol spelen in de derde
veronderstelling, die van de toenemende globalisering. Nemen we bijvoorbeeld de situatie
waarin, vanuit Nederland, bij een computer-'megastore' in de Verenigde Staten een modem wordt
gekocht. De bestelling wordt hetzij onder opgave van een creditcardnummer uitgevoerd, hetzij na
elektronische betaling. Eerst wordt het verschuldigde bedrag door de leverancier
geïncasseerd,
vervolgens wordt er geleverd. Althans, dat hopen we dan. Een bijkomend voordeel van kopen bij
dit soort warenhuizen is dat je gerechtigd bent het product binnen een zekere termijn terug te
sturen, indien je niet tevreden bent met de geleverde waar. Waar zit hier nu de bottleneck? De
verkoper heeft geen probleem; hij wacht eerst betaling af. De koper evenwel moet maar
afwachten of hij inderdaad geleverd krijgt, c.q. zijn geld terugkrijgt indien hij het product heeft
retour gezonden. En dan is het natuurlijk wel prettig als de koper kan nagaan of bepaalde
identificatiemiddelen inderdaad toebehoren aan het, hem onbekende, postorderbedrijf, maar is
het niet belangrijker dat de koper zekerheid verkrijgt dat de overeenkomst correct wordt
nagekomen? Een koper zal dan liever met zijn verzendbewijs naar het lokale kantoor van de
intermediair toestappen, met het verzoek het bedrag terug te boeken, dan naar een advocaat om
tegen het uurtarief van de prijs van een modem te trachten zijn geld terug te krijgen. Uit dit
voorbeeld blijkt wederom het belang om als 'ecommerce enabler' te mogen ingrijpen in
geldstromen, en bovendien om te kunnen optreden als bemiddelaar.(5)
Intermediaire dienstverlening
Het nut, of de toegevoegde waarde, van een TTP is niet evident. De activiteiten op het terrein van
de versleuteling van het datatransport, het certificeren van identificatiemiddelen en bewijs en
bewaring zijn op zichzelf genomen nuttig, maar kunnen doorgaans door partijen zelf ter hand
worden genomen. Vanwege het ontbreken van aanvullende garanties of andere
zekerheidstellingen is uitbesteden niet aantrekkelijker. Daar komt bij dat in het algemeen bij
TTP's de nadruk ligt op sleutelbeheer, certificatie en bewijs en bewaring. In het handelsverkeer
lijkt echter een grotere behoefte te bestaan aan intermediaire dienstverlening met betrekking tot
handelsinformatie en kredietwaardigheid, bancaire diensten en geschillenbeslechting. De
afweging al dan niet gebruik te maken van de diensten van TTP's komt zo allengs meer te liggen
op het vlak van algemeen bedrijfseconomische motieven aangaande 'outsourcing', dan dat
juridische overwegingen ter beperking van risico's een rol blijken te spelen. De afweging,
kortom, of uitbesteden goedkoper en effectiever is dan zelf doen en niet te veel verlies van greep
op bedrijfsprocessen met zich meebrengt. Beide aspecten zijn niet overtuigend. Asymmetrische
cryptografiesoftware zoals 'Pretty Good Privacy' is gratis van het Internet te 'downloaden' (zelfs
de broncode is vrij beschikbaar!) en eenvoudig te gebruiken. Aan het uitbesteden van
veiligheidsmaatregelen blijkt nogal eens een risico verbonden, niet alleen van onachtzaamheid,
maar ook van lekken, misbruik en fraude. In de kracht van beveiligingen door middel van
sleutels ligt immers ook de zwakte: degene die de beschikking heeft over de sleutel kan binnen
komen.
In de overgang naar elektronische communicatie in de handelsomgeving, is het van belang
'functioneel' te denken' en niet zozeer te denken in elektronische equivalenten van papieren
uitingen. Van fysiek naar virtueel heeft juist grote voordelen, niet in de laatste plaats omdat
belemmeringen uit het 'papieren regime' verdwijnen. Is het nu niet eerder het
voordeel van
elektronische communicatie dat niet meer persoonlijk een handtekening hoeft te worden gezet,
dan het nadeel? Moeten notarisdiensten elektronisch worden, of kunnen we er nu
juist buiten?
We zien echter dat functioneel denken wel tot een uitgebreider wellicht zelfs
andersoortig en
minder geïsoleerd takenpakket aanleiding geeft dan wat tot nog toe door TTP's
wordt geboden.
Bezwaren in breder verband
In een oriëntatie op het nut van TTP's, en dan met name de diensten van beveiliging,
sleutelbeheer en certificatie, is het belangrijk om ook naar mogelijke gevolgen van deze
ontwikkeling te kijken. We stuiten dan op twee zeer reële bezwaren. Het eerste is het risico
dat
diensten als hier bedoeld door bepaalde beroepsgroepen gemonopoliseerd worden, mogelijk zelfs
met wettelijke verankering, zoals thans bijvoorbeeld de accountancy en de advocatuur. Te vrezen
valt voor een onaanvaardbare afhankelijkheid, bovendien voor deels nutteloze activiteiten. Het
tweede bezwaar zullen we tegen komen in de houding van de overheid. Het zou in dit artikel te
ver voeren om hier in detail op in te gaan, maar de wettelijke initiatieven op het gebied van
cryptografie, justitiële aftapbevoegdheden van het Internet en medewerkingsverplichtingen
van
intermediairs,(6) zullen in de uitvoering een stuk
eenvoudiger komen te liggen, als justitie zich tot
geautoriseerde, geregistreerde en/of gecentraliseerde TTP-organisaties kan wenden.
Conclusie
Rond het fenomeen TTP spelen verschillende vraagstukken en juridische aspecten, zoals: "Wat
doet een TTP precies? Hoe zit het met zijn juridische aansprakelijkheid? en Welke juridische
status kan aan TTP-diensten worden toegekend?". De belangrijke vraag evenwel die hieraan
vooraf gaat is of, en zo ja welke praktijkproblemen TTP's daadwerkelijk oplossen, en bovendien
of dat efficiënter is dan andere opties. Een kanttekening die hierbij kan worden gemaakt is
dat het
werkelijke probleem in het elektronisch handelsverkeer is de onzekerheid omtrent de nakoming
van de overeenkomst. Beveiliging van de communicatie en identificatie van de wederpartij zijn
daarbij slechts ondergeschikte aspecten, die ook zonder TTP kunnen worden ingevuld. Het lijkt
raadzaam alvorens tot verdere uitwerking van het TTP-concept te geraken, de uitgangspunten
nog eens te bezien. En het kan geen kwaad daarbij in herinnering te brengen dat we juist zo
verheugd waren dat we de afhankelijkheid van de EDP-afdelingen uit de jaren zeventig achter
ons hebben.
Noten
1. Pieter Kleve is werkzaam bij het Centrum voor
Informatica en Recht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
2.
Ook aanduidingen als 'virtuele handel' t.o.v. 'fysieke handel' zijn
onzorgvuldig en verwarrend. Zo is 'de handel' altijd
fysiek. Met het virtuele aspect wordt niet bedoeld dat er 'schijnbaar' of 'denkbeeldig' handel
wordt gedreven op het
Internet, maar slechts dat het niet nodig is dat partijen lijfelijk op dezelfde (markt)plaats
aanwezig zijn om een transactie
te sluiten, communicatie dus. Wel is het zo dat bij bepaalde transacties, zoals de verzending van
software, muziek of
andere databestanden, het Internet niet alleen het communicatiemedium is, maar ook het
transportmedium van de te
leveren zaak (!).
3.
Zie ook: Article 14. Acknowledgement of receipt, van de uncitral
Model Law on Electronic Commerce, 1997.
4.
Zie bijvoorbeeld HR 19 november 1993, NJ 1994 nr. 622, m.nt PvS,
Stg. Cova ING.
5.
Zie hierover bijvoorbeeld P. Kleve, R.V. De Mulder en J.G.L. van
der Wees, 'Re-engineering Dispute Resolution in an
EDI Environment', Law, Computers and Artificial Intelligence, Volume 4 Number 1,
1995, pp. 25-32.
6.
Wetsontwerp Computercriminaliteit II, Hoofdstuk 13 van het
ontwerp Telecommunicatiewet en de voorgestelde
wijziging van het grondwettelijk briefgeheim.
© Pieter Kleve 1998. All rights reserved.
Bert-Jaap Koops homepage
home | help | address | mail | links
research | crypto law survey | publications | personal | amnesty